|
Lupus
Lupus Erythermatorus (LE) is een chronische ontstekingsziekte. De ziekte bestaat in verschillende vormen, te weten: - Lupus waarbij alleen de huid is aangetast (CDLE = Chronische Discoïde LE; SLE = Subacutane CutaneLE; Acutane Cutane LE = ACLE - Lupus waarbij ook andere organen zijn aangetast: Systemische LE = SLE. Bij deze vorm van Lupus kunnen naast de huid ook inwendige organen, het zenuwstelsel, spieren en gewrichten worden aangetast. - Een vorm die ontstaat ten gevolge van het gebruik van bepaalde medicijnen. Deze vorm is niet chronisch en stopt zodra de medicijnen gestopt zijn. Omdat bij Lupus vaak ook gewrichten en spieren zijn aangetast of worden aangetast, valt het onder de term reuma. Het meest voorkomend zijn peesontstekingen. Lupus is een Latijns woord en betekent: "wolf"; Erytheem betekent "roodheid". Het belangrijkste kenmerk van Lupus wordt hiermee dus duidelijk gemaakt, roodheid van de huid! Lupus komt bij ongeveer 1 op de 1000 mensen voor, het meest bij vrouwen. Net als bij de meeste vormen van reuma is ook hier het ontstaan van lupus onbekend. Wel is bekend dat het iets te maken heeft met een verstoring van het immuunsysteem, waardoor de ontstekingen niet meer door het eigen lichaam bestreden kunnen worden. De ziekte steekt soms na bepaalde gebeurtenissen de kop op; na een zwangerschap of na een vakantie in de zon. Zo kunnen hormonale factoren dus ook beslist een rol spelen bij het ontstaan van Lupus. Het stellen van een diagnose is heel ingewikkeld. Alleen heel duidelijke klachten die op de ziekte wijzen en laboratoriumonderzoek kunnen de ziekte aantonen. Wanneer twee orgaansystemen zijn aangetast spreekt men van Lupus, SLE. Alleen laboratoriumonderzoek is niet voldoende, maar dient wel gedaan te worden ter ondersteuning. Twee tests worden gedaan bij laboratoriumonderzoek: - Anti-Nucleaire Antistoffen-test (ANA test);Bij deze test wordt een bepaald type antistoffen opgespoord in het bloed. Bij bijna 99% van de SLE patiënten is deze test positief - Dubbelstrengs DNA-test. Deze test onderzoekt de aanwezigheid van zgn. dubbelstrengs DNA. Voornamelijk bij mensen met SLE wordt dit gevonden. De mate van de aanwezigheid van deze dubbelstrengs DNA kan tevens de mate van activiteit van de ziekte aangeven. Het is voor iedereen verschillend wat het klachtenpatroon betreft. Er zijn echter veel voorkomende klachten die specifiek bij deze vorm van reuma horen. Deze klachten zijn: - Extreme vermoeidheid; - Gewrichts- en spierpijn; - Ggevoeligheid voor (zon)licht; - Huiduitslag en zweren in de mond; - Oogproblemen; - Bloedarmoede; - Koorts; - Haaruitval. Ook de nieren, longen en zelfs het hart kunnen aangetast worden. Lupus is een ziekte die heel spontaan kan ontstaan, maar ook heel langzaam op gang kan komen en dus al jaren in je lichaam aanwezig zijn, zonder echte klachten. Het is een grillige ziekte, met actieve periodes en rustige periodes. Goed contact met je specialist is heel belangrijk. Lupus is vrij goed te behandelen. Vooral in de beginjaren van SLE en na een periode van ongeveer tien jaar komen regelmatig levensbedreigende situaties voor. Dit is wel afhankelijk van de activiteit van de ziekte en van de eventuele complicaties van de behandeling. Een hogere gevoeligheid voor infecties door het gebruik van immunosuppressieve middelen vormt één van de belangrijkste doodsoorzaken. Lupus heeft voor zover bekend geen negatieve gevolgen voor de vruchtbaarheid of zwangerschap. De kans dat de ziekte erger wordt tijdens de zwangerschap is niet erg groot, wel is die kans groter tijdens het kraambed. De kans dat het kind SLE krijgt is zeer klein. De behandeling is erop gericht om de symptomen van de ziekte te verminderen en ontstekingen te remmen. Afhankelijk van hoe ernstig iemand deze vorm van reuma heeft wordt medicatie toegediend. Naast de bekende ontstekingsremmers en pijnstillers worden ook wel antimalariamiddelen, immunomodulerende middelen en bloedverdunners voorgeschreven. Artritis Psoriatica Artritis Psoriatica komt vaak voor bij mensen met de huidziekte Psoriasis. Psoriasis is een ziekte waarbij de huid, slijmvliezen en/of nagels afwijkingen kunnen gaan vertonen. In welke mate dit gebeurt verschilt per patiënt. Ongeveer 2% van de Nederlandse bevolking heeft psoriasis. Van hen heeft ongeveer 5% Artritis Psoriatica. Bij Artritis Psoriatica raken gewrichten ontstoken. Het vaakst gebeurt dit bij de kleine gewrichten, zoals gewrichten in de handen en voeten. Grotere gewrichten kunnen echter ook ontstoken raken. Het gewricht wordt pijnlijk, voelt warm aan en kan gaan opzwellen. De kracht neemt dan vaak af en het gewricht wordt minder beweeglijk. Lichamelijk onderzoek, aangevuld met bloedonderzoek moet leiden tot de diagnosestelling. Bloedonderzoek dient ervoor om andere reumatische aandoeningen uit te sluiten en om de ernst van ontstekingen aan te tonen. Meestal begint de ziekte zo tussen de twintig en dertig jaar, maar kan in principe op elke leeftijd beginnen. Bij Artritis Psoriatica hoeven huidklachten en gewrichtsklachten niet tegelijkertijd voor te komen. Het ontstaan van deze ziekte is nog onduidelijk. Erfelijkheid kan een rol spelen, al is dit nog niet echt bewezen. Het klimaat heeft met het ontstaan van de ziekte niets te maken, maar weersomstandigheden kunnen veel invloed hebben op de klachten van patiënten. Psoriasis en Artritis Psoriatica zijn auto-immuunziekten; de afweer richt zich dus tegen het eigen lichaam. Bij de beide ziektes zijn het de zogeheten T-lymfocyten die zich tegen het eigen lichaam keren. De ziekte is net als de meeste reumatische aandoeningen niet te genezen. Het is echter van het grootste belang dat de ziekte op tijd ontdekt wordt zodat behandeling gestart kan worden. Bij tijdige ontdekking kunnen bijvoorbeeld beschadiging aan het kraakbeen voorkomen worden. Belangrijk bij de behandeling zijn medicijnen, maar ook adviezen om de gewrichten te beschermen en zowel rust te nemen als te bewegen. Bij medicijnen moet men vooral denken aan ontstekingsremmers en pijnstillers. Er zijn vier soorten medicijnen waarmee Artritis Psoriatica kan worden behandeld; pijnstillers (zoals paracetamol), Ontstekingsremmende pijnstillers (NSAIDS), Lang werkende ontstekingsremmers en bijnierschorshormonen (zoals prednison). Deze medicijnen moeten meestal langdurig worden gebruikt, afhankelijk van de ernst van de klachten en de bijwerkingen. Ontstoken gewrichten mogen nooit te veel belast worden. Bij een ontstoken gewricht kan een ijspakking verlichting geven. Ook ontspanning helpt om de pijn te verlichten, bijvoorbeeld door naar muziek te luisteren en door ontspanningsoefeningen. Zodra de ontstekingen minder worden is beweging belangrijk. Activiteit en rust moeten in balans gebracht worden. Jeugdreuma JCA (Juveniele Chronische Artritis) is een verzamelnaam voor chronische gewrichtsontstekingen bij kinderen. In plaats van JCA wordt tegenwoordig ook vaak gesproken van JIA (Juveniele Idiopatische Artritis). Bij deze vorm van reuma gaat het om gewrichtsontstekingen (artritis) die langer dan 3 maanden duren (chronisch), bij kinderen die jonger zijn dan 16 jaar (juveniele). Het wordt ook wel jeugdreuma genoemd. In Nederland hebben tussen de 1500 en 2000 kinderen jeugdreuma. Hiervan geneest de helft volkomen, de andere helft houdt beperkingen, ernstige of minder ernstige. Erfelijke factoren spelen voor zover nu bekend geen rol van betekenis bij het ontstaan van jeugdreuma. De daadwerkelijke oorzaak is nog steeds onbekend. Net als bij RA is het mogelijk een auto-immuunziekte, waarbij afweercellen zich niet alleen tegen indringers van buiten, maar ook tegen het eigen lichaam keren. Jeugdreuma kunnen we onderverdelen in 3 groepen: 1. Jeugdreuma type 1; systemische jeugdreuma ( systemisch wil zeggen: het hele systeem, het hele lichaam betreffend). Bij deze vorm is een kind algeheel ziek. 2. Jeugdreuma type 2; poly-articulaire jeugdreuma (poly betekent "veel" en articulair wil zeggen: het gewricht betreffend). Vijf of meer gewrichten zijn hierbij ontstoken. 3. Jeugdreuma type 3; pauci-of oligo-articulaire jeugdreuma (pauci en oligo betekenen allebei "weinig"). Maximaal zijn slechts vier gewrichten ontstoken. Deze indeling is belangrijk bij het bepalen van de behandeling en om goed in te kunnen schatten hoe het verloop van de ziekte zal zijn.
Jeugdreuma type 1 Deze vorm wordt ook wel de "ziekte van Still" genoemd. Bij een actieve fase van deze vorm van jeugdreuma heeft het kind hoge, piekende koorts, rode vlekken op de huid en voelt het kind zich ziek. Spierpijnen die weken kunnen duren kwellen het kind. Soms treedt ook meteen bij de eerste klachten een gewrichtsontsteking op, soms gebeurt dit pas later. Meestal zijn er veel gewrichten door het hele lichaam ontstoken. Ook symptomen als klierzwellingen en lever- en niervergrotingen komen regelmatig voor. In enkele gevallen ontstaat bij deze vorm van jeugdreuma een ontsteking van het hartzakje of de longbladen. Systemische jeugdreuma komt vooral voor bij kinderen jonger dan vier jaar. Hoe lang de ziekte duurt en hoe ernstig het verloop ervan zal zijn is heel wisselend.
Jeugdreuma type 2 Zijn er in het begin van deze vorm van reuma vijf of meer gewrichten ontstoken, dan is er sprake van poly articulaire jeugdreuma. Meestal zijn de kleine gewrichten ontstoken, zoals de gewrichten van de handen en voeten. Opvallend is dat de gewrichten meestal symmetrisch zijn ontstoken, dat wil zeggen, beide knieën, beide ellebogen enz. Deze vorm van jeugdreuma kan op zeer jonge leeftijd beginnen, maar ook pas in de puberteit. Het komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Over het verloop valt weinig te zeggen. Sommige kinderen hebben langdurig gewrichtsontstekingen en nauwelijks of geen schade aan de gewrichten, andere kinderen hebben wel schade.
Jeugdreuma type 3 Bij pauci-articulaire of oligo-articlulaire jeugdreuma zijn maximaal vier gewrichten ontstoken. Vaak betreft het de gewrichten van de ellebogen, knie of enkel. Bij vroeg beginnende pauci-articulaire jeugdreuma kunnen kinderen een reumatische oogontsteking krijgen. De behandeling van de oogontsteking moet in een zo vroeg mogelijk stadium beginnen door een oogarts om blijvende schade aan het oog te voorkomen. De laat beginnende vorm begint meestal met een ontsteking van een groot gewricht. Denk hierbij aan de knie. Ook peesaanhechtingen kunnen ontstoken raken. Deze vorm begint meestal bij kinderen tussen de 3 en 6 jaar. Er is een onderscheid tussen vroeg en laat beginnende pauci-articulaire jeugdreuma. De eerste vorm komt vooral bij jonge meisjes voor. De laatste vorm begint vooral bij jongens in de puberteit. Bij deze vorm van reuma zijn de vooruitzichten vrij goed. Meestal komen er maar een paar ontstekingen en blijven ze uiteindelijk helemaal weg. Deze vorm van jeugdreuma kan samengaan met de ziekte van Bechterew.
Het stellen van de diagnose is bij jeugdreuma bijzonder moeilijk. Bloedonderzoek kan deel uitmaken van het onderzoek, maar kan jeugdreuma niet definitief aantonen. Röntgenfoto's kunnen gewrichtsbeschadigingen wel aantonen, maar die zijn miniem bij de beginfase van jeugdreuma. Men spreekt pas van jeugdreuma als de gewrichtsontstekingen langer dan 3 maanden duren, omdat gewrichtsontstekingen ook bij andere kinderziektes kan voorkomen. Tot die tijd volgen regelmatig allerlei onderzoeken om andere ziektes uit te sluiten. Via bloedonderzoek wordt de bezinkingssnelheid van de rode bloedlichaampjes gemeten. Bij kinderen met jeugdreuma is de bezinking vaak te hoog. Ook bloedarmoede wordt onderzocht. Dit komt dikwijls voor bij jeugdreuma. Bij sommige kinderen treft men een bepaalde antistof (ANF) in het bloed. Soms wordt het gewrichtsvocht of slijmvlies onder de microscoop bekeken. Dit wordt uit het gewricht gehaald via een dunne holle naald.
De meeste kinderen met jeugdreuma staan onder behandeling van een kinderarts. Deze werkt nauw samen met een reumatoloog. Eventueel worden ook een orthopeed of revalidatiearts bij de behandeling betrokken. De behandeling bestaat uit medicijnen, oefentherapie en adviezen over de houding, beweging en rust in het dagelijkse leven. Eerstelijns antireumamedicijnen (ontstekingsremmers of NSAID's) worden vaak gegeven. Zij hebben geen invloed op de ziekte zelf, maar onderdrukken wel de ontstekingsverschijnselen. Een tweede groep medicijnen die wordt gegeven zijn de tweedelijns antireumamiddelen. Dit zijn langzaam werkende antireumamedicijnen of ziektemodificerende medicijnen. Deze medicijnen werken langer en kunnen ernstige ziekteverschijnselen in een latere fase van de ziekte afremmen, bijvoorbeeld beschadiging van het bot. De derde groep medicijnen werkt in op het afweersysteem, zodat de afweer van het lichaam zich niet tegen zichzelf kan richten. Deze medicijnen worden voorgeschreven, doch uiterst zelden.
Ergotherapie is meestal een onderdeel in de behandeling van jeugdreuma. Deze leert een kind de gewrichten zo te bewegen dat het zo min mogelijk de aangetaste gewrichten belast. Welke praktische toepassingen heeft een kind nodig, welk speelgoed is er voor kinderen met jeugdreuma, welke kleding is gemakkelijk enz. Ook op school kan de ergotherapeut advies geven. Het aanmeten van spalken gebeurt ook bij en door de ergotherapeut. Spalken kunnen nodig zijn om vastgroeien van het gewricht tegen te gaan of om een gewricht te ontlasten.
Fysiotherapie is erop gericht om gewrichten soepel te houden, de conditie van de spieren op peil te houden en een goede houding aan te leren en te houden. Fysio is erg belangrijk voor een kind met jeugdreuma, want gezonde kinderen leren de wereld ontdekken door te bewegen. Heeft een kind pijn, dan beweegt het het pijnlijke gewricht niet meer. Minder levenservaringen worden zo dus opgedaan. Veel oefeningen worden in spelvorm gedaan.
Bepaalde leefregels kunnen helpen bij het voorkomen dat klachten door jeugdreuma verergeren: 1. Laat een kind geen diepe kniebuigingen maken 2. Stop geen kussen onder de knieën, de gewrichten kunnen dan juist vast gaan zitten. 3. Laat een kind niet lang staan, lopen of zitten. Wissel het af. 4. Zorg dat het kind voldoende rust krijgt. Dit houdt in, 's avonds op tijd naar bed en overdag 1 of 2 uur slapen/rust. 5. Laat een kind geen zware dingen sjouwen. 6. Beperk traplopen 7. Zorg voor een goede en gelijkmatige warmte in huis. 8. Pas op voor kou. 9. Laat een kind niet in koud water gaan. 10. Zorg voor een goede conditie en een optimaal lichaamsgewicht. Ziekte van Paget
De ziekte van Paget is een chronische botaandoening. Het bot wordt ontzettend snel afgebroken door een evenwichtsverstoring tussen de botaanmaak en de botafbraak. Nieuw bot wordt gemaakt, echter zeer slordig en chaotisch. Het bot is veel minder stevig waardoor het sneller kan breken en vervormen. Ook wordt het bot iets groter dan het oorspronkelijke bot. De ziekte komt het meest voor in het bekken, maar ook wel in de wervelkolom, het heiligbeen, de schedel en de lange pijpbeenderen van armen en benen. Meestal raken meerdere botten aangetast, slechts zelden echter wordt het hele skelet aangetast. Bij ongeveer 1 tot 3% van de volwassen bevolking komt de ziekte voor, iets meer bij mannen dan bij vrouwen. De ziekte openbaart zich meestal tussen de 35 en 60 jaar. De ziekte is vernoemd naar de arts Sir James Paget, die het ziektebeeld voor het eerst heeft beschreven. De Latijnse naam luidt: Osteitis deformans. Hoe en wanneer de ziekte ontstaat is niet of nauwelijks te verklaren. Toch gaat men uit van erfelijke factoren, omdat de ziekte vaak bij meerdere personen in een familie voorkomt. Daarnaast lijken ook omgevingsfactoren een rol te spelen, want in bepaalde streken komt de aandoening vaker voor. Bij wetenschappelijk onderzoek zijn in de cellen die verantwoordelijk zijn voor botafbraak, deeltjes gevonden die lijken op een virus. Röntgenonderzoek moet helpen een juiste diagnose te stellen. Meestal wordt er ook een botscan gemaakt om te zien op welke plaatsen de ziekte aanwezig is. Ook een aanwijzing vormt de hoeveelheid alkalische fosfatase in het bloed. Is dit te hoog, dan is dit een aanwijzing voor Paget. De botten die zijn aangedaan worden steeds meer aangetast, waardoor complicaties kunnen ontstaan. Botten die niet zijn aangedaan door Paget, raken ook niet aangetast. De ziekte breidt zich in de loop van het ziekteproces niet uit naar botten die nog niet zijn aangedaan. Paget is absoluut niet dodelijk. De meeste patiënten met Paget hebben geen of nauwelijks klachten. Sommigen hebben pijn in de botten. De pijn is hevig, brandend, heet en diep en gaat niet over door te rusten. Ook is het mogelijk dat delen om het bot heen heet en dikker worden. Als de ziekte reeds lang bestaat, in een vergevorderd stadium dus, kunnen botten sneller vervormen en breken. Omdat het bot minder stevig is, kan het in een andere stand gaan staan. Andere gewrichten worden anders belast en kunnen zo klachten gaan geven als pijn. Deze gewrichten kunnen hierdoor sneller slijten. Bij een aandoening aan de schedel kunt u vaak last hebben van hoofdpijn, oorsuizen, duizeligheid, een slechter gehoor en gezichtsvermogen. In een vergevorderd stadium kan het geheugen aangetast raken. De ziekte in de pijpbeenderen geeft pijn aan aangrenzende gewrichten. Armen en benen zijn minder makkelijk te bewegen. Zeer zeldzame complicaties zijn dat het hart overbelast raakt doordat de doorbloeding in het aangetaste bot groter is dan normaal. Incidenteel komt een te hoog calciumgehalte in het bloed voor. Bij 1% van de patiënten met Paget leidt de aantasting van het bot tot een kwaadaardige kanker. Een goede behandeling kan de ziekte afremmen. De behandeling bestaat voornamelijk uit het innemen van bisfosfonaat. Dit medicijn brengt botafbrekende cellen tot rust. Hierdoor kan een normaal evenwicht ontstaan tussen botaanmaak en botafbraak. Er zijn verschillende soorten bisfosfonaten met ieder hun eigen behandelwijze. Sommige worden per infuus toegediend, andere kunnen in tabletvorm worden gegeven. De behandeling duurt gemiddeld genomen enkele weken, totdat de activiteit is onderdrukt. Dit stelt men vast naar aanleiding van bloedonderzoek. Ook urineonderzoek past men toe, hiermee stelt men de waarde van hydoxyproline vast. Het duurt ongeveer twee maanden voordat u merkt dat de pijn minder wordt. Na de behandeling blijft u onder controle van een arts. Het is heel belangrijk een balans te vinden tussen beweging en rust.
|